Lever Quotes

Authors: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Categories: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Before he went away, he had heard all about the self-made girl, and there was something in the picture that strongly impressed him. She was possible doutbless only in America; American life had smoothed the way for her. She was not fast, nor emancipated, nor crude, nor loud, and there wasn't in her, of necessity at least, a grain of the stuff of which the adventuress is made. She was simply very successful, and her success was entirely personal. She hadn't been born with the silver spoon of social opportunity, she had grasped it by honest exertion. You knew her by many different signs, but chiefly, infallibly, by the appearance of her parents. It was her parents who told her story; you always saw how little her parents could have made her. Her attitude with regard to them might vary in different ways. As the great fact on her own side was that she had lifted herself from a lower social plane, done it all herself, and done it by the simple lever of her personality, it was naturally to be expected that she would leave the authors of her mere material being in the shade. (...) But the general characteristic of the self-made girl was that, though it was frequently understood that she was privately devoted to her kindred, she never attempted to impose them on society, and it was striking that, though in some of her manifestations a bore, she was at her worst less of a bore than they. They were almost always solemn and portentous, and they were for the most part of a deathly respectability. She wasn't necessarily snobbish, unless it was snobbish to want the best. She didn't cringe, she didn't make herself smaller than she was, she took on the contrary a stand of her own and attracted things to herself. Naturally she was possible only in America, only in a country where whole ranges of competition and comparison were absent.

Henry James
Hij genoot van de verschillende afvalcontainers die overal stonden, van de ingeblikte groenten in de ziekenhuiskoele winkels - supermarkten werden ze genoemd -, hij genoot van de trams en hun heupdans die de passagiers heen en weer schudde wanneer zij klingelend een bocht maakten, hij genoot van de bomen die overal voor schaduw zorgden, compleet met een kroost van groene houten banken en een vuilnisbak, hij genoot van de grachten, die rimpelend een wiegenlied voor hem zongen, hij genoot van de vooroverhellende en schuine grachtenpanden, hij genoot van de standbeelden bedekt met patina en duivenuitwerpselen, hij genoot van het bruisen van zo veel mensenlevens, hij genoot van de pleinen en de onberispelijke kantoorgebouwen met ramen waarin het universum weerkaatste, van de vele straatbelichting, de neonreclames - de stad was 's nachts een ware boomgaard van kleurig neon -, hij genoot van de markten waar het rook naar gezouten vis, gebrande noten en kaas, van de vele eethuizen die met de mensen mee waren gee«migreerd, hij genoot van de fietsers die elke verkeersregel overtraden, hij genoot van het stille lawaai en de zinderende sensualiteit die de meisjes uitwasemden en van verliefde stellen die hun liefde op straat uitstalden voor voorbijgangers, hij genoot van het wolkenheer, van de regens en de buien, van de natte zonnen op regendagen als beslagen brillenglazen, van de regenplassen en hun weerspiegelingen, hij genoot van de chaos, van de beierd ver weg tussen het hooi van zijn doofheid, hij genoot van de duiven, van de zwervers met hun winkelwagentjes vol onbegrijpelijke huisraad, van de drankschuiten die over de effen straten kapseisden, zijwaarts hellend door een overbelaste lever, hij genoot van de sissende venters van genotsmiddelen, hij genoot van de drukke winkelstraten waar alles wat men nodig had te koop was en alles wat men niet nodig had, hij genoot van de rosse buurten en de uitstalling van vrouwelijk vlees, dat niet aan duitloze hem besteed was, van de vele kroegen en bars waarin klanten dronken en kwetterden en zich ontlastten zoals de vogels in de johannesbroodboom van Cheira en Heira, hij genoot van de welvaart die de mensen zichtbaar goeddeed, vooral de vrouwen met hun papieren tassen vol nieuwe aankopen in de weekeinden en hun ontspannen roddels en koetjes en kalfjes op terrassen, op vensterbanken achter de geraniums, hij genoot van de broeders die steeds in aantal toenamen en hem eerbiedig bejegenden wanneer hij hun bedwelmende koopwaar weigerde, met eerbied want hij was een van hem en het deed hem goed om te zien dat ze hoe dan ook werk hadden gevonden, hij genoot van de levendige rusteloosheid van dit alles, van de Amstel die voor verfrissing zorgde en het land bevloeide en het meest genoot hij van de ultieme wonderen in het park, dat hij nu betrad.

Hafid Bouazza
?Earn cash when you save a quote by clicking
EARNED Load...
LEVEL : Load...